nieuwsbrief EUpdate nr. 13 - 2013 - 2014

Inhoud

Uitgelicht... Nieuws uit de Kamer Nieuws uit Europa Signalering

Uitgelicht...

Eerste Kamer neemt conclusies en aanbevelingen GRECO-commissie over

​17 juni 2014 - De Eerste Kamer heeft, met uitzondering van de fractie van de PVV, de conclusies en aanbevelingen van de door haar ingestelde tijdelijke commissie GRECO-rapport overgenomen. Deze commissie adviseerde de Kamer over het onderwerp 'integriteit van Kamerleden'. Zij werd op 8 oktober 2013 ingesteld en kreeg als taak mee om een reactie van de Eerste Kamer op een rapport van de Group of States against Corruption (GRECO) van de Raad van Europa voor te bereiden, daaronder begrepen het eventueel ontwerpen van regelgeving over integriteit zoals bedoeld in de aanbevelingen van het GRECO-rapport. In haar advies van 13 mei 2014 beveelt de tijdelijke commissie onder meer aan een apart hoofdstuk in het Reglement van Orde van de Eerste Kamer op te nemen over integriteit. De commissie heeft tevens tekstvoorstellen gedaan voor bepalingen in dat Reglement over belangenconflicten, giften en bepaalde reizen, het geven van gedetailleerdere informatie over nevenfuncties en het omgaan met vertrouwelijke informatie.

De commissie heeft verder de fracties aanbevolen om in aanvulling op deze voorgestelde bepalingen zelf integriteitsafspraken te maken, voor zover dit nog niet is gebeurd, deze op schrift te stellen en ook openbaar te maken. Andere aanbevelingen van de commissie hebben betrekking op het verhogen van het integriteitsbewustzijn, bijvoorbeeld door middel van introductiebijeenkomsten voor nieuwe leden speciaal gewijd aan integriteit en door herinneringen aan senatoren om de gegevens over hun nevenfuncties te actualiseren indien daar aanleiding voor bestaat. Het advies van de tijdelijke commissie wordt nu verstuurd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die het door zal sturen naar de Raad van Europa. De Eerste Kamer heeft de commissie na het overnemen van haar conclusies en aanbevelingen decharge verleend.

Nieuws uit de Kamer

Conclusies JBZ-Raad meerjarenbeleidskader 2015-2020 besproken in de commissie I&A/JBZ

​24 juni 2014 - De commissie I&A/JBZ heeft op 24 juni 2014 het verslag van de JBZ-Raadsvergadering van 5-6 juni 2014 besproken. De JBZ-Raad heeft bij deze vergadering conclusies aangenomen ten aanzien van de prioriteiten voor het toekomstig JBZ-meerjarenbeleidskader voor 2015-2020. De focus van het toekomstige beleidskader ligt daarbij met name op implementatie en consolidatie van de reeds bestaande regels. De strategische richtsnoeren voor 2015-2020 worden naar verwachting op 27 juni 2014 door de Europese Raad vastgesteld. 

De leden van de fractie van de SP wensen nog van de regering te vernemen hoe zij ervoor gaat zorgen dat het huidige instrumentarium geconsolideerd en geïmplementeerd gaat worden. Verder vragen deze leden of er een evaluatie van het programma zal plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 70 VWEU. De fracties van de VVD en van D66 hebben zich bij deze vragen aangesloten. De brief is op 25 juni 2014 aan de regering verzonden. 

Vragen over EU-mechanisme voor versterking rechtsstaat

​17 juni 2014 - De commissies I&A/JBZ, V&J en EUZA hebben vragen gesteld aan de regering over een EU-mechanisme voor versterking van de rechtsstaat. Aanleiding hiervoor waren de gecombineerde kabinetsappreciatie van de Commissiemededeling voor een nieuw raamwerk om de rechtsstaat in de EU te versterken, de Commissiemededeling EU-scorebord Justitie 2014 en het AIV-advies inzake de Rechtsstaat. 

In de brief van 17 juni 2014, gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, worden vragen gesteld door de leden van de fracties van de PvdA, de SP en GroenLinks. De leden van de fracties van het CDA en van D66 sloten zich aan bij de vragen van GroenLinks. De vragen betreffen met name de geschiktheid van het gekozen mechanisme om de rechtsstaat in de EU te versterken en om schendende lidstaten aan te spreken. Ook worden vragen gesteld over de rol en bevoegdheden die de Europese instellingen in de procedure hebben. Tot slot worden opmerkingen en vragen gesteld over het EU-scorebord Justitie voor 2014 en de economische context waarin deze wordt geplaatst. 

Regering beantwoordt brief over gevolgen Hofuitspraak inzake dataretentierichtlijn

​25 juni 2014 - Zoals een vorige editie berichtte, stuurde de commissie I&A/JBZ op 15 mei 2014 een brief naar de minister van Veiligheid en Justitie met het verzoek toe te lichten of er nu wel of geen kabinetsappreciatie voorhanden is van de uitspraak in de zaken C-293/12 en C-594/12 (Digital Rights Ireland en Seitlinger), waarin het Hof van Justitie van de EU de dataretentierichtlijn ongeldig verklaart.

In een brief van 2 mei 2014 stelde de minister dat het kabinet meer tijd nodig heeft om de uitspraak te bestuderen voordat de Kamer gemotiveerd kan worden bericht over de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse wetgeving met betrekking tot de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens. Tegelijkertijd heeft het kabinet op 17 april 2014 in de kabinetsappreciatie van de mededelingen van de Europese Commissie over de toekomstige ontwikkeling van de JBZ-samenwerking aangegeven dat de aanpassing van de huidige juridische kaders voor dataretentie "een gunstige uitwerking op de bescherming van de privacy van de burgers heeft en ook tot verbetering van de effectiviteit van de opsporing zou moeten leiden". Het kabinet verwees hierbij naar een evaluatie van het WODC van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (waarmee de datarentierichtlijn in nationaal recht is geïmplementeerd) en naar de Hofuitspraak. Daarmee leek het kabinet aan te geven dat een kabinetsstandpunt van het arrest reeds voorhanden is. De commissie I&A/JBZ verzocht de regering hierop te reageren.

De minister en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie reageren bij brief van 24 juni 2014. Zij schrijven dat de tekstpassage betrekking heeft op hetgeen in een brief aan de Tweede Kamer is gemeld naar aanleiding van de WODC-evaluatie. In die brief is aangegeven dat ter verbetering van de effectiviteit van de opsporing zal worden onderzocht in hoeverre de informatie uit de evaluatie aanleiding geeft om de lijst met te bewaren gegevens aan te passen, zodat deze lijst beter aansluit op de behoefte in het kader van de opsporing en vervolging van ernstige strafbare feiten. Daarbij is tevens aangegeven dat het van belang is dat, voorafgaand aan mogelijke aanpassing, de impact op de privacy wordt meegewogen en dat ook actuele ontwikkelingen, zoals de toendertijd verwachte HvJEU-uitspraak, worden betrokken. Inmiddels is het arrest gewezen en moet eerst in kaart worden gebracht wat de gevolgen zijn voor de Nederlandse wetgeving. Het kabinet heeft op dit moment nog geen nader oordeel over de vraag in hoeverre aanpassing van de lijst met te bewaren gegevens met het arrest te verenigen is, aldus de beide bewindspersonen.

De commissie I&A/JBZ zal op 1 juli 2014 de ontvangen reactie op haar brief bespreken.

Groenboek over mobiele gezondheidszorg ('m-health')

​20 juni 2014 - Europa zet de volgende stap in de ontwikkeling van gezondheidszorg met de publicatie van het Groenboek van de Europese Commissie inzake de mobiele gezondheidszorg ('m-health') op 10 april 2014. De leden van de Eerste Kamer hebben op 6 juni 2014 een conceptreactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op het Groenboek ontvangen.

De minister geeft in de conceptreactie aan dat het gebruik van ICT in de gezondheidszorg een belangrijke bijdrage kan leveren aan de uitdagingen waar de zorg voor staat, mits het op een goede manier wordt ontwikkeld, gebruikt en toegepast.

De commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 20 juni 2014 een brief verzonden aan de minister om nog een aantal nadere vragen te stellen naar aanleiding van de kabinetsreactie. De leden van de SP-fractie geven aan graag van de minister te vernemen op welke wijze de Nederlandse zorgsector achter loopt in de ontwikkeling van 'entrepreneurship' van de zorgsector. Andere aangestipte punten van zorg zijn het verenigen van de nationale waarborgen met een Europese aanpak op het gebied van gegevensbescherming van de patiënt en de rol van de Europese Commissie in dit geheel. De SP-fractie verneemt graag van de minister hoe zij hier over denkt.

 

Op weg naar doeltreffende, toegankelijke en veerkrachtige gezondheidssystemen binnen Europa

​25 juni 2014 - De Europese Commissie publiceerde op 4 april 2014 een Mededeling over effectieve, toegankelijke veerkrachtige gezondheidssystemen. Het kabinet heeft door middel van een brief aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 16 mei 2014 aangegeven dat zij deze Mededeling van de Europese Commissie grotendeels onderschrijft, maar wel belang hecht aan de diversiteit van de inrichting van de zorgstelsels in de verschillende lidstaten.

De commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 25 juni 2014 een brief verstuurd over dit onderwerp aan de minister van VWS. In deze brief richten de leden van de fracties van de VVD, PvdA en het CDA nog enkele nadere vragen en opmerkingen aan de regering ter bevordering van overleg binnen Europa. De leden van de fracties van de SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie sluiten zich bij (delen van) de gestelde vragen aan.

De gestelde vragen en opmerkingen richten zich onder andere op de zogenaamde grensoverschrijdende problematiek bij voorstellen op het gebied van gezondheidszorg en de gevolgen voor (Nederlandse) patiënten in de grensstreken. Daarnaast worden initiatieven tot verdere samenwerking en uitwisseling van informatie ondersteund. De leden van de VVD-fractie plaatsen hierbij wel de kanttekening dat terughoudendheid geboden is omdat gezondheidszorg niet behoort tot een van de domeinen waar Europa over gaat. 

Vragen over verordeningsvoorstellen herziening visumcode en introductie rondreisvisum

​26 juni 2014 - In de I&A/JBZ-commissievergadering van 24 juni 2014 hebben de leden van de fracties van D66 en GroenLinks inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering over een wetgevingspakket waarmee de Europese Commissie een aanzienlijke verkorting en vereenvoudiging beoogt van de procedures voor onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf naar de EU willen komen.

Het gaat in de eerste plaats om een voorstel voor herschikking van de verordening betreffende de visumcode. Dit moet de economie en werkgelegenheid in het Schengengebied stimuleren en leiden tot minder kosten en bureaucreatie. Hiertoe wordt onder meer voorgesteld: verkorte beslistermijnen, verplichte vertegenwoordiging en het sneller verstrekken van meervoudige visa aan regelmatige reizigers. Tegelijkertijd wordt beoogd de veiligheid aan de buitengrenzen van het Schengengebied te handhaven.

Uit het BNC-fiche dat de regering op 28 mei 2014 aan de Kamer zond, blijkt onder meer dat Nederland de verdere harmonisatie van het visumbeleid en facilitering van het verstrekken van visa aan bonafide reizigers steunt. De onderhandelingsinzet zal zijn om de Nederlandse belangen die met visumverlening zijn gediend, te borgen door de visumprocedure zo eenvoudig mogelijk te maken, zonder dat dit ten koste gaat van de handhaving en risico’s op het gebied van illegale migratie, openbare orde en veiligheid of de internationale betrekkingen. Nederland wil de mogelijkheid van een nationale luchthaventransitvisumplicht voor bepaalde nationaliteiten onbeperkt handhaven. Daarnaast vindt Nederland de verkorte beslistermijnen niet realistisch en de verplichte vertegenwoordiging te ver gaan.

De leden van de fractie van GroenLinks schrijven in hun inbreng dat zij de indruk hebben dat de regering een andere visie heeft op de functie van een luchthaventransitvisum dan de Commissie; de Commissie koppelt de invoering aan een substantiële toename van het aantal irreguliere migranten uit een bepaald land, terwijl de regering het wil benutten voor bepaalde risicovolle nationaliteiten. Deze leden vragen de regering om een nadere toelichting. Daarnaast willen zij weten of de bezwaren van de regering tegen de verplichte vertegenwoordiging ook zien op de afgifte van visa voor lang verblijf (mvv). Een andere vraag is of de regering kan onderbouwen waarom volgens haar hiermee het risico van extra Dublin claims zou ontstaan.

Het tweede onderdeel van het wetgevingspakket is een conceptverordening waarmee een nieuw soort visum, het rondreisvisum, wordt geïntroduceerd. Met dit visum kunnen bonafide reizigers van buiten de EU maximaal een jaar in het Schengengebied reizen. Deze periode kan met maximaal een jaar worden verlengd, maar de aanvrager mag per periode van 180 dagen niet langer dan 90 dagen in dezelfde lidstaat blijven.

Uit het BNC-fiche bij dit tweede voorstel, dat ook op 28 mei jl. naar de Kamer werd gezonden, blijkt onder meer dat Nederland onder voorwaarden bereid is in te stemmen met de introductie van het rondreisvisum. in het voorstel is echter  onvoldoende uitgewerk hoe het maximum verblijf van 90 dagen per lidstaat kan worden gehandhaafd. Ook acht Nederland het van belang dat er een juiste balans is tussen het verder faciliteren van goed bekende visumaanvragers om zo de economie te stimuleren en het tegengaan van risico’s op het gebied van illegale immigratie, openbare orde, binnenlandse veiligheid en internationale betrekkingen. Nederland is er nog niet van overtuigd dat deze balans met het huidige voorstel zal worden bereikt. Vooralsnog zal worden ingezet op een maximum verblijf van een jaar, vanwege de beperkte mogelijkheden voor handhaving. Daarnaast is Nederland geen voorstander van het wijzigen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, op basis waarvan het verplicht zal worden de bilaterale overeenkomsten, die betrekking hebben op kort verblijf, met bevriende staten als de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland te wijzigen.

De leden van de D66-fractie vragen de regering om een toelichting over welk verschil twee of een jaar maximaal verblijf bij de waarborging van de controle zou maken. Daarnaast willen zij weten waarom de regering het van belang acht dat de afgifte van het rondreisvisum beperkt blijft tot de beperkte groep reizigers van bijvoorbeeld zakenlieden, sporters, toeristen en artiesten. Deze leden zijn benieuwd of stages in het kader van hoger onderwijs en uitwisselingen ook hieronder kunnen worden begrepen. Een andere vraag is of er volgens de regering, naast beperking van de lengte van het maximum verblijf, nog meer wijzigingen in het voorstel moeten komen waardoor de bovenbedoelde balans wel zou worden bereikt.

De brief van de commissie I&A/JBZ wordt naar verwachting in de loop van volgende week naar de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gezonden. Zijn reactie wordt in het zomerreces verwacht.

Nieuws uit Europa

COSAC conferentie in Athene

​16 juni 2014 - Op 15 en 16 juni vond in Athene de plenaire bijeenkomst plaats van de Conferentie van commissies Europese aangelegenheden uit de nationale parlementen van de lidstaten van de Europese Unie en van een delegatie uit het Europees Parlement (COSAC). De Nederlandse delegatie naar de COSAC bestond uit de leden Schrijver (PvdA), vicevoorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken van de Eerste Kamer en Van der Linden (CDA). Namens de Tweede Kamer namen de leden Maij (PvdA), Verheijen (VVD), Van Bommel (SP) deel. De Tweede Kamerdelegatie werd geleid door het lid Leegte (VVD), vicevoorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken.

De Nederlandse delegatie is voorafgaand aan de COSAC vergadering gebrieft door de Nederlandse Ambassadeur in Athene, de heer Versteeg. Zij bespraken onder andere de prioriteiten van het Griekse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en enkele aandachtspunten uit het beleid van het Griekse kabinet.

Tijdens de bespreking van het onderwerp ‘Uitdagingen voor de EU: de crisis in Oekraïne’ werd door de heer Van der Linden gewezen op het langetermijnbelang van de relatie met Rusland. Hij stelde dat parlementen daarbij moeten bezien welke rol zij hier zelf in kunnen vervullen, zoals bijvoorbeeld het aanhalen van de banden met het Russische parlement, de Federatieve Vergadering. Tevens vroeg hij aandacht voor de rol die de Raad van Europa kan spelen in het oplossen van het huidige conflict.

Door de commissie voor Rijksuitgaven van de Tweede Kamer werd een informele lunchbijeenkomst over ‘Best practices voor de verantwoording van de besteding van Europese middelen’ georganiseerd. De leden De Vries (VVD) en Van Hijum (CDA) presenteerden daar de ervaring met de Nederlandse lidstaatverklaring. De heer Leegte presenteerde tijdens de sessie ‘Democratische legitimiteit en Europees leiderschap: de dag na de Europese verkiezingen’ het onlangs verschenen rapport ‘Voorop in Europa’.

Vanuit de Nederlandse delegatie werd aandacht gevraagd voor de wijze waarop de conclusies en bijdragen tot stand komen. Zij merkte onder andere op dat deze steeds vaker betrekking hebben op onderwerpen die geen onderwerp van discussie zijn geweest tijdens bijeenkomsten.

Rapport 'The “Left-to-die” boat' van senator Strik resulteert in PACE resolutie

​24 juni 2014 - Op 24 juni 2014 heeft de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) Resolutie 1999(2014) aangenomen die is gebaseerd op het rapport The “Left-to-die” boat: actions and reactions van rapporteur en Eerste Kamerlid Tineke Strik. Eerder had de Commissie Migratie het rapport unaniem aangenomen.

Dit rapport is het vervolg op Lives lost in the Mediterenean sea: who is responsible?, het rapport dat Eerste Kamerlid Tineke Strik in 2012 heeft gepresenteerd naar aanleiding van de dood van bootvluchtelingen bij Lampedusa in 2011. In het rapport van 2012 werd een groot aantal fouten blootgelegd die door de betrokken autoriteiten zijn gemaakt, maar ook tekortkomingen in het adequaat anticiperen op grote stromen vluchtelingen ten tijde van de Libische opstand. Het rapport mondde uit in de PACE Resolutie 1872 (2012).

Het vervolgrapport The “Left-to-die” boat evalueert nu de stappen die sinds Resolutie 1872 (2012) zijn genomen. In het rapport worden de eerdere aanbevelingen herbevestigd en worden nieuwe aanbevelingen gedaan die de gebreken in communicatie en in verantwoordelijkheid bij het redden van mensenlevens in een noodsituatie moeten voorkomen. Het rapport gaat daarbij uit van een zero-tolerance van het verlies van levens van bootvluchtelingen.

Het vervolgrapport roept lidstaten van de Raad van Europa eveneens op te zoeken naar zogenaamde 'protected entries', mogelijkheden voor vluchtelingen om op legale en veilige wijze naar Europa te reizen. Vluchtelingen, met name Syrische en Eritrese vluchtelingen, worden momenteel immers gedwongen een gevaarlijke route te kiezen als de opvangcapaciteit in de regio tekort schiet, aldus senator Strik.

Ook worden aanbevelingen gedaan ten aanzien van de verdere harmonisering van de gemeenschappelijke asielnormen en -procedures in de EU, zoals de overweging van een gemeenschappelijke EU-aanpak van de verwerking van asielaanvragen en het ontwikkelen van een uniforme status.

Kamervoorzitter bij viering 25 jaar vrije democratie in Polen

​4 juni 2014 - Staatshoofden, parlementsvoorzitters en andere hoge vertegenwoordigers van 50 landen waren op 4 juni 2014 in Warschau om met regering, parlement en burgers van Polen 25 jaar vrijheid en democratie te vieren. Nederland was vertegenwoordigd door Minister van Staat Wim Kok namens Koning Willem-Alexander en de Voorzitter van de Eerste Kamer, Ankie Broekers-Knol, en de Voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg.

De herdenking op 4 juni 2014 begon met een ceremonie op het Slotplein (Plac Zamkowy) in het centrum van Warschau. Hier hielden President Komorowski en President Obama toespraken. In de middag vond in de grote vergaderzaal van de Sejm een bijzondere zitting van het Poolse Parlement plaats. 

Tenslotte was er in de plenaire zaal van de Senaat een parlementaire ontmoeting ter herdenking van 25 jaar vrijheid. Hier voerden ook de Nederlandse Kamervoorzitters het woord. Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol stond stil bij de belangrijke bijdrage van Polen aan de bevrijding van Nederland in 1945. Zij noemde het moderne Polen "a textbook example of a free parliamentary democracy". Zij eindigde haar bijdrage met een citaat van Lech Walesa: "We hold our heads high, despite the price we have paid, because freedom is priceless."

Signalering

Nieuwe Europese voorstellen

​26 juni 2014 - Voor de Europese werkzaamheden van de Eerste Kamer wordt wekelijks een overzicht samengesteld van recent gepresenteerde Europese voorstellen. U treft hierbij links aan naar de meest recente overzichten, verdeeld naar Directoraat-Generaal én naar de beleidsverantwoordelijke commissie in de Eerste Kamer. Wil de Kamer een voorstel nader bestuderen, dan wordt het in de beleidsverantwoordelijke commissie aan de orde gesteld. Besluit een commissie een Europees voorstel inhoudelijk te behandelen, dan wordt op de Europapoort de Europese website van de Eerste Kamer - een apart dossier aangemaakt.

Heeft u als lezer van deze EUpdate commentaar op een Europees voorstel, maak dan gebruik van het contactformulier op de commissiepagina's van de Europapoort

Colofon

Via deze link kunt u zich vrijblijvend aanmelden als lezer van EUpdate.

Deze nieuwsbrief biedt actuele informatie in het kader van de parlementaire controle van de Eerste Kamer op het Europese beleids- en wetgevingsproces. Tevens geeft deze nieuwsbrief voor belangstellenden inzicht in de wijze waarop de Eerste Kamer haar controlerende taken uitvoert en informatie over de voortgang op actuele beleidsterreinen.

Via elektronische links biedt de nieuwsbrief direct toegang tot openbare documenten en dossiers.

De EUpdate verschijnt driewekelijks.

De nieuwsbrief wordt samengesteld door de ambtelijke staf van de Eerste Kamer met medewerking van de Permanent Vertegenwoordiger van de Staten-Generaal in Brussel.

Aan de informatie in deze nieuwsbrief kunnen geen rechten worden ontleend.
Vragen en suggesties over de inhoud kunt u mailen aan de redactie.