nieuwsbrief EUpdate nr. 10 - 2013 - 2014

Inhoud

Uitgelicht... Nieuws uit de Kamer Nieuws uit Europa Signalering

Uitgelicht...

Impressie Algemene Europese Beschouwingen

​15 april 2014 - In de Eerste Kamer vonden op dinsdag 15 april de Algemene Europese Beschouwingen met minister Timmermans (BZ) plaats. In dit jaarlijks terugkerend debat werd gesproken over diverse Europese onderwerpen. Er werd met name ingegaan op de Staat van de Europese Unie 2014 die minister Timmermans op 19 februari 2014 naar het parlement stuurde. Ook werd er gesproken over de recente ontwikkelingen in Oekraïne.

Een uitgebreide impressie van deze beschouwingen kunt u hieronder lezen.

Kamerdelegatie bespreekt relatie EU-Rusland en Oostelijk Partnerschap

​2 april 2014 - Een delegatie van zeven Eerste Kamerleden uit de vaste commissies voor EUZA en BDO, onder leiding van EUZA-commissievoorzitter Tineke Strik, bracht op 30 en 31 maart 2014 een werkbezoek aan Brussel. Het werkbezoek diende mede ter voorbereiding op de Algemene Europese Beschouwingen (zie ook artikel hierboven).

Het werkbezoek stond in het teken van het Oostelijk Partnerschap en de relaties tussen de EU en de Russische Federatie. Deze thema's waren al in het najaar van 2013 vastgesteld en hun actualiteitswaarde werd onderstreept door de crisis rondom Oekraïne, in het bijzonder de Krim. Tijdens de gesprekken werd van gedachten gewisseld over de betekenis van het Oostelijk Partnerschap (OP) zowel vanuit perspectief van de EU en haar lidstaten als dat van de zes betrokken landen Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Wit-Rusland. Daarbij werd de vraag opgeworpen wat de nauwere relatie tussen deze OP-landen en de EU betekent voor de relatie met Rusland. Tevens werd specifiek gesproken over de betrekkingen met de Russische Federatie. Het accent in de diverse gesprekken lag vooral op de lange termijnrelatie van de EU met deze zes landen en met Rusland. Tijdens de verschillende gesprekken kwamen meerdere elementen van deze relatie aan de orde, zoals internationaal recht (Helsinki proces), het juridisch en institutioneel kader van de EU (artikel 49 EU-Verdrag), geopolitiek, handel en energievoorziening.

De delegatie werd op zondagnamiddag ontvangen door de Nederlandse Permanent Vertegenwoordiger bij de EU, de heer De Gooijer. In de avond wisselde de delegatie van gedachten met de heer Blockmans, onderzoeker van het Centre for European Policy Studies.

Op maandag sprak de delegatie achtereenvolgens met de Eurocommissarissen De Gucht (Handel), Füle (Uitbreiding en Europees Nabuurschap) en Oettinger (Energie). Eerder die dag vond een gesprek plaats met de plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger van de Russische Federatie bij de EU, de heer Kopyrkin, en met de heer Wiegand, hoofd van de European External Action Service-afdeling belast met de relatie met Rusland en het Oostelijk Partnerschap.

In de namiddag was de Eerste Kamerdelegatie te gast in de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (AFET) van het Europees Parlement. De voorzitter en de leden van de AFET-commissie werden van harte uitgenodigd om met een delegatie een tegenbezoek te brengen aan de Eerste Kamer.

EU-voorzittersconferentie in Vilnius

​10 april 2014 - Van 6 tot 8 april 2014 vond in Vilnius, Litouwen, de jaarlijkse conferentie plaats van Voorzitters van de Nationale Parlementen van de EU-lidstaten en van het Europees Parlement. Daarbij waren ook de Voorzitters van de parlementen van de kandidaat-lidstaten en van de landen van het Oostelijk Partnerschap aanwezig. De conferentie stond onder voorzitterschap van de Voorzitter van de Seimas, het Parlement van Litouwen, Loreta Grauziniene. Uit Nederland namen de Voorzitter van de Eerste Kamer, Ankie Broekers-Knol, en de Voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg deel. De conferentie behandelde vier grote thema's:

  • de rol van de parlementen bij het aanpakken van de consequenties van de economische en financiële crisis;
  • vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon: ervaringen met subsidiariteitstoetsing in parlementen;
  • interparlementaire samenwerking met 'Eastern Partnership'-landen;
  • interparlementaire samenwerking op het terrein van vrijheid, veiligheid en justitie.

In de toespraken en debatten werden krachtige pleidooien gehouden voor versterking van de betrokkenheid van de nationale parlementen in de Europese besluitvormingsprocessen. Lees hieronder het uitgebreide verslag van de bijeenkomst.

Nieuws uit de Kamer

Mondeling overleg over hoofdlijnen begroting en hervormingen binnen het Europees semester

​15 april 2014 - De vaste commissies voor Financiën, voor Economische Zaken, voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Europese Zaken hebben op dinsdag 15 april een mondeling overleg gevoerd met de minister van Financiën in het kader van het Europees semester. Onderwerp van gesprek waren het concept van het Stabiliteitsprogramma 2014 en het Nationaal Hervormingsprogramma 2014. Als onderdeel van het Europees Semester dient Nederland beide documenten jaarlijks vóór 1 april bij de Europese Commissie in te dienen.

De commissies hadden per brief van 11 februari 2014 bij de regering aangedrongen op een mogelijkheid tot het houden van een overleg met de regering voordat deze stukken aan Brussel worden gezonden worden. Op deze manier kan de betrokkenheid van de Kamer bij de vaststelling van de hoofdlijnen van de begroting voor het volgende jaar geborgd worden.

Tijdens het overleg werd onder andere gesproken over de uitvoering door Nederland van de aanbevelingen van de Europese Commissie in het kader van de buitensporigtekortprocedure, de ontwikkeling het Nederlandse begrotingssaldo en de overheidsschuld. Ook kwam de Nederlandse invulling van de zogenaamde 'lidstaatspecifieke aanbevelingen' aan de orde.

In de maand mei zal de Europese Commissie op basis van deze stukken lidstaatspecifieke aanbevelingen uitbrengen. De betrokken commissies zullen in een later stadium besluiten of, en zo ja op welke wijze, zij hierover met de regering van gedachten willen wisselen. 

Kabinetsreactie op Hofuitspraak over publieke toegang tot Raadsdocumenten

​11 april 2014 - Op 1 april 2014 hebben beide Kamers der Staten-Generaal verzocht om een kabinetsreactie op de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU in de zaak Acces Info Europe van 17 oktober 2013 over de publieke toegang tot Raadsdocumenten (zaak C-280/11P). Het Hof bevestigt hiermee de uitspraak van het Gerecht dat de transparantie en openbaarheid van documenten voorop stelt op basis van het beginsel van democratische legitimiteit. De Raad moet verantwoording afleggen aan het publiek, met name in de gevallen waarin zij als wetgever optreedt. Volgens het Hof kan de Raad niet de bekendmaking van de identiteit van de indieners van voorstellen weigeren, tenzij zij kan beargumenteren dat in een specifiek geval het openbaar maken van de onderhandelingsposities van de verschillende delegaties het besluitvormingsproces ernstig ondermijnt.

De Eerste Kamer heeft verder in haar brief aan de regering aangegeven dat hoewel de leden toegang hebben gekregen tot de Raadsdatabank en dus zelf kunnen beschikken over Limité-documenten, zij zich desondanks beperkt voelen in hun mogelijkheden tot democratische controle van het Europese wetgevingsproces. De leden kunnen immers niet worden gevoed door commentaar uit de samenleving op Europese wetsvoorstellen in de actuele staat waarin zij verkeren. De Eerste Kamer vroeg dan ook of de uitspraak ook gevolgen heeft voor de verspreiding van Limité-documenten.

In haar reactie van 11 april 2014 noemt het kabinet de uitspraak een bevestiging van het kabinetsbeleid voor zo groot mogelijke transparantie van Europese wetgevings- en besluitvormingsprocessen. In de praktijk heeft de Hofuitspraak momenteel als gevolg dat de Raad de namen van delegaties zal vrijgeven in documenten en dat als de namen niet worden vrijgegeven expliciet wordt beargumenteerd waarom dat in dat geval niet kan. 

Het kabinet geeft verder aan dat de Hofuitspraak geen gevolgen heeft voor het aanpassen van de richtsnoeren van de Raad over de verspreiding van met name Limité-documenten. Het kabinet verzekert dat het zich binnen de Raad zal inzetten voor meer transparantie, waaronder de herziening van de ‘Eurowob’ (Europese transparantie verordening 1049/2001) aan het verdrag van Lissabon, meer actieve openbaarheid naast openbaarheid op verzoek, codificatie van jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein en verdere verruiming van het openbaarheidsregime voor EU-documenten.

De brief van de regering zal na het reces van de Eerste Kamer worden behandeld in de commissies I&A/JBZ en EUZA.

Commissies I&A/JBZ en V&J spreken zich uit voor samenwerking met Tweede Kamerrapporteur EOM

​15 april 2014 - De gelekaartprocedure, die in het najaar van 2013 is geïnitieerd naar aanleiding van het Commissievoorstel inzake de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie, heeft de Europese Commissie niet bewogen haar oorspronkelijke voorstel te herzien. Inmiddels heeft het Griekse voorzitterschap van de Raad een eigen voorstel ingediend met aanpassingen van het oorspronkelijke Commissievoorstel. De regering heeft dit voorstel aangeboden aan de Eerste Kamer op 26 maart 2014.

Op initiatief van de heer Ard van der Steur (VVD), Tweede Kamerrapporteur inzake EOM, is nu een compromisvoorstel (derde weg) uitgewerkt in een position paper dat de commissie V&J van de Tweede Kamer recent heeft goedgekeurd.

De commissies I&A/JBZ en V&J hebben op 15 april 2014 de position paper van de Tweede Kamer besproken en hebben zich uitgesproken voor een samenwerking met de Tweede Kamerrraporteur. De commissieleden hebben daarbij opgemerkt dat daar waar de commissies of de individuele fracties wensen af te wijken op onderdelen, zij dit te kennen zullen geven. De leden van de fracties van de SP en van de PVV sluiten zich aan bij het kritische geluid dat de Tweede Kamerrapporteur uit, maar hebben bij voorbaat een voorbehoud geplaatst bij het compromisvoorstel uit de position paper.

Voorts hebben de commissies besloten zich aan te sluiten bij een brief die de Tweede Kamer aan de Europese Commissie zal zenden met een kritische reactie op de uitspraken van de Europese Commissie op het gemotiveerde advies. De commissies zullen bovendien een commissiebrief aan de regering richten met vragen over de brief van 26 maart 2014 inzake de aanbieding van het voorstel van het Griekse voorzitterschap. 

Verdere ontwikkelingen in het Europese klimaat- en energiebeleid 2020-2030

​15 april 2014 - In de EUpdate van 6 maart 2014 werd gemeld dat de Europese Commissie een mededeling heeft gedaan richting de lidstaten van de Europese Unie over het beleidskader voor klimaat en energie in de periode 2020-2030

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft door middel van een brief aan de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) op 7 februari een kabinetsreactie hierop gegeven. Inmiddels heeft er tussen de commissie IMRO en de staatssecretaris schriftelijk overleg plaatsgevonden over deze brief.

Naar aanleiding van dit schriftelijk overleg hebben de leden van de PvdA-fractie en de GroenLinks-fractie besloten nadere vragen te stellen aan de staatssecretaris. Zo constateren beide fracties onder andere dat de regering voorstander is van een bindende doelstelling voor hernieuwbare energie voor de gehele EU, maar geen voorstander is van een doorvertaling van deze doelstelling naar bindende afspraken per lidstaat. Deze fracties zien graag een nadere toelichting van de regering op dit punt. Eén van de andere vragen van de beide fracties is hoe de regering gehoor wenst te geven aan de oproep van zes grote Nederlandse ondernemingen om in te zetten op broeikasgasreductie, duurzame energie en energiebesparing.

Ook de door de Tweede Kamer aangenomen motie Vos vormde aanleiding voor de leden van de fracties van de PvdA en GroenLinks in de Eerste Kamer tot het stellen van vragen. Deze fracties uitten hun zorgen over het feit dat de resultaten van het onderzoek dat de regering laat uitvoeren door het Planbureau voor de Leefomgeving en het Energieonderzoek Centrum Nederland mogelijk te laat beschikbaar komen voor de Europese Raad in oktober 2014.

De commissie IMRO heeft de regering gevraagd de gestelde vragen uiterlijk medio mei te beantwoorden.

Commissie I&A/JBZ stelt regering vragen over Commissiemededeling internetgovernance

​17 april 2014 - De Europese Commissie publiceerde op 12 februari 2014 een mededeling inzake de rol van Europa bij het vormgeven van de toekomst van internetgovernance. In deze mededeling wordt een basis voorgesteld voor een gemeenschappelijke Europese visie inzake internetgovernance. Aan deze visie ligt een aantal uitgangspunten ten grondslag, waaronder het verdedigen en bevorderen van fundamentele rechten en democratische waarden, internet als één niet-versnipperd netwerk, een echt multistakeholdermodel en een versterkt en hervormd forum voor internetbeheer. De achtergrond van de mededeling is gelegen in recente onthullingen over grootschalige bewakingsprogramma's en de angst voor cybercriminaliteit. Deze factoren zouden debet zijn aan een afnemend vertrouwen dat men in internet en de huidige governance ervan heeft. Dit kan er volgens de Commissie toe leiden dat de innovatie en groei van Europese internetbedrijven, die een belangrijk onderdeel van de Europese economie vormen, worden belemmerd. Nieuwe regionale en nationale governancestructuren zouden hierdoor onder druk kunnen komen te staan, als gevolg waarvan internet versnipperd kan raken.

Op 24 maart 2014 stuurde de regering het BNC-fiche aan de Kamer. Hierin staat onder andere dat Nederland het doel van de mededeling van de Commissie om het multistakeholder model van internetgovernance te versterken en Europa zoveel mogelijk met één stem te laten spreken in de internationale internetgovernance arena volledig onderschrijft. Daarbij moet de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen de lidstaten en de EU in het externe optreden wel worden gerespecteerd, aldus de regering.

De Commissiemededeling en het BNC-fiche zijn besproken in de commissie voor Immigratie en Asiel /JBZ-Raad (I&A/JBZ). Naar aanleiding van deze bespreking is op 2 april 2014 een brief naar de minister van Economische Zaken verzonden, met daarin een behoorlijk aantal vragen aan de regering van de leden van de fracties van de PVV en de SP. De vragen gaan onder andere over de hierboven genoemde bevoegdheidsverdeling tussen de lidstaten en de EU en over de door de regering voorgestane zelfregulering op het internet. Ook worden er vragen gesteld over het concreet vormgeven van de rol voor de civil society (o.a. belangenbehartiging van gebruikers) en het versterken van draagvlak voor het multistakeholder model voor internetgovernance in relatie tot het standpunt van de Commissie inzake het doorvoeren van een rollensegregatie. In dit standpunt eigent de Commissie de beleidstaak aan zichzelf toe en bedeelt zij het maatschappelijk middenveld enkel het uitvoeren van de technische en economische aspecten toe. Een antwoord van de regering wordt begin mei verwacht.

Commissie I&A/JBZ bevraagt regering over wetgeving rondom nieuwe psychoactieve stoffen

​17 april 2014 - De Europese Commissie heeft op 17 september 2013 een voorstel voor een verordening betreffende nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) en een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ teneinde de werkingssfeer uit te breiden tot nieuwe psychoactieve stoffen gepresenteerd. De Commissie wil met de verordening bepaalde NPS op de Uniebrede lijst van verboden stoffen kunnen plaatsen. Bovendien zullen de schadelijkste NPS worden onderworpen aan de strafrechtelijke bepalingen over illegale drugshandel, vastgesteld bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ.

De regering uitte in het BNC-fiche van 15 november 2013 dat zij niet is overtuigd door de noodzaak en juistheid van de Europese voorstellen. Zij beoordeelde de subsidiariteitstoets voor beide voorstellen negatief, en de proportionaliteitstoets voor de verordening negatief. In een commissiebrief van 13 december 2013 aan de minister van Veiligheid en Justitie (V&J) en aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) schaarde de commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) zich achter de regeringsinzet. Diezelfde dag heeft de commissie I&A/JBZ in het kader van de politieke dialoog met de Europese Commissie ook een brief met vragen van de leden van de fractie van de SP over beide voorstellen aan de Commissie verzonden. De vragen gingen onder andere over de doelstelling van het strafbaar stellen van NPS en over de mogelijkheid tot ingrijpen door de Commissie bij de dreiging van een ernstig gezondheidsrisico.

De Commissie heeft op 25 maart 2014 gereageerd op de brief van de commissie I&A/JBZ. De antwoorden hebben de commissie I&A/JBZ ertoe gebracht om vervolgens de regering te vragen naar haar standpunt aangaande de reactie van de Commissie. In een brief van 16 april 2014 aan de minister van V&J en de staatssecretaris van VWS vraagt de commissie I&A/JBZ hoe de regering op dit moment tegenover de beide wetgevingsvoorstellen staat en of zij nog steeds van mening is dat Nederland over haar eigen drugsbeleid dient te gaan. Ook verzoekt de commissie om op de hoogte gehouden te worden van de ontwikkelingen inzake dit dossier. Een antwoord van de regering wordt medio mei verwacht.

Nadere vragen over verblijfsregelingen voor Syrische vluchtelingen

​15 april 2014 - De commissie I&A/JBZ heeft op 1 april 2014 twee brieven van de staatssecretaris van V&J besproken die ingaan op aspecten van verblijfsregelingen voor Syrische vluchtelingen (brief van 17 maart en brief van 27 maart 2014). De leden van de fractie van GroenLinks hebben daarop besloten nadere vragen te stellen over het aantal Syrische vluchtelingen dat in Nederland wordt opgevangen, over de mogelijkheden van een tijdelijke verblijfsregeling voor Syrische vluchtelingen in Nederland en over de mogelijkheden van verruimde gezinshereniging. Voor deze laatste mogelijkheid wijzen deze leden op de richtsnoeren van de Europese Commissie over de toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn die op 3 april 2014 zijn gepubliceerd.

De leden van de fracties van de PvdA, het CDA, de SP en D66 hebben zich bij deze vragen aangesloten.  

Minister V&J nader bevraagd over EU-wetgevingspakket voor waarborgen in strafprocedures

​16 april 2014 - Eén van de voorgaande edities van de EUpdate meldde dat de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) op 11 februari 2014 twee brieven naar de minister van V&J had gezonden naar aanleiding van de BNC-fiches bij het richtlijnvoorstel voor het versterken van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij het proces aanwezig te zijn alsmede bij het richtlijnvoorstel betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure. In de brieven werd steun uitgesproken voor het kabinetsstandpunt door de leden van de fracties van de VVD en het CDA en een aantal vragen gesteld door de leden van de SP-fractie. Zo wilden deze leden weten of de regering het met hen eens is dat het vermoeden van onschuld niet in het Wetboek van Strafvordering is neergelegd en of zij om die reden de toegevoegde waarde ziet van codificatie van dit principe door middel van een van beide ontwerprichtlijnen. Ten aanzien van het andere richtlijnvoorstel vroegen de leden van de SP-fractie waarom de regering van oordeel is dat enkele van de voorgestelde bepalingen in een ver verwijderd verband staan tot de rechtsgrondslag, nu dat de richtlijn ervoor zorgt dat het strafprocesrecht voor minderjarigen in Nederland en andere lidstaten in overeenstemming wordt gebracht met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

De minister van V&J reageerde op 10 maart 2014 op de brieven van de commissie. In zijn reactie geeft de minister onder andere aan dat hij de stelling van de leden van de fractie van de SP deelt dat het vermoeden van onschuld niet is vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. Volgens de minister is dit evenwel ook niet nodig, nu de belangrijkste aspecten van dit principe zijn verankerd in het strafprocesrecht en bovendien worden beschermd door het EVRM. Ten aanzien van het tweede richtlijnvoorstel stelt de minister dat het jeugdstrafprocesrecht ook nu reeds met het IVRK in overeenstemming is. De minister brengt daarnaast naar voren dat de rechtsgrondslag die voor het richtlijnvoorstel is gekozen, verwijst naar regels over de strafvordering, dat de vervolging en de berechting omvat, terwijl het voorstel zelf verder gaat en mede zou zien op de fase van de tenuitvoerlegging, op grond waarvan de conclusie wordt getrokken dat het verband met de rechtsgrondslag ver verwijderd is.

Deze reactie is in de commissievergadering van 25 maart 2014 besproken. Omdat de leden van de SP-fractie niet tevreden waren met de beantwoording zijn er nadere vragen aan de minister van V&J gesteld. Ditmaal mede namens de leden van de fractie van GroenLinks. In de brief merken de leden op dat het vermoeden van onschuld in ons land steeds verder onder druk komt te staan en houden zij de regering voor dat een toegevoegde waarde van de richtlijn bijvoorbeeld bestaat in de mogelijkheid van het kunnen starten van een inbreukprocedure in geval van niet tijdige of niet correcte implementatie in een andere lidstaat. Daarnaast volharden de leden in de stelling dat het strafprocesrecht voor minderjarigen niet voldoet aan de eisen van het IVRK en dat het om die reden voor ons land van belang is om de richtlijnontwikkeling te steunen.

Naar verwachting kan in de volgende editie van de EUpdate worden bericht hoe de regering op de nadere vragen reageert.

President Duitse Bondsraad bezoekt Staten-Generaal

​14 april 2014 - De President van de Duitse Bondsraad, Stephan Weil, heeft maandag 14 april een bezoek gebracht aan de Staten-Generaal. De heer Weil werd door de Voorzitter van de Eerste Kamer, Ankie Broekers-Knol, en de Voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg, ontvangen in het gebouw van de Eerste Kamer.

In het gesprek met de Kamervoorzitters werden de goede bilaterale verhoudingen tussen Nederland en Duitsland onderstreept. Zo werd aangehaald dat Nederland vorige week partnerland was bij de Hannover Messe, één van de grootste industriebeurzen ter wereld.

Eerste Kamervoorzitter Broekers-Knol gaf aan dat Nederland en Duitsland elkaar niet alleen op persoonlijk en het zakelijk vlak gemakkelijk vinden, maar ook op institutioneel niveau met elkaar vertrouwd zijn. Broekers-Knol: "Onze economieën zijn sterk met elkaar verweven, onze visies op de toekomst van de Europese Unie lopen veelal parallel en wij zien ons gesteld voor dezelfde mondiale uitdagingen."

Tijdens het gesprek onderstreepten de parlementsvoorzitters het belang van een goede balans tussen de zaken die op Europees niveau in het belang van alle lidstaten worden behartigd, en de zaken die het beste op nationaal niveau behartigd kunnen worden. Voorzitter Broekers-Knol stelde het evenwicht dat de Duitse Bondsdag heeft gevonden tussen centraal bestuur op federaal niveau en decentraal bestuur op het niveau van de deelstaten ten voorbeeld aan de Europese Unie, waarbij zij aantekende dat de toegenomen betrokkenheid van de nationale parlementen bij de Europese besluitvorming een stap voorwaarts is op weg naar een beter evenwicht binnen de EU. Weil prees de wijze waarop Nederland het subsidiariteitsbeginsel een nieuwe impuls heeft gegeven.

Bondsraadpresident Weil noemde de verhouding tussen Duitsland en Nederland zeer ontspannen. Hij zei dat Nederland door een excellent optreden tijdens de Hannover Messe veel sympathie heeft geoogst, als ook waardering voor de technologische vooruitgang die in dit land gestalte krijgt. Het goede nabuurschap tussen beide landen komt in de grensstreek tussen Niedersaksen en de oostelijke provincies onder meer tot uitdrukking in de gezamenlijke Interregprogramma’s.

Tweede Kamervoorzitter Van Miltenburg ging in haar slottoespraak onder meer in op de infrastructurele verbindingen tussen Nederland en Duitsland: “Veel gaat goed, maar de verbindingen over weg, spoor en water laten nog te wensen over. Daar is een wereld te winnen.” Daarmee sloot zij aan op de aantredingsrede van Weil, waarin hij stelde dat “wij niet kunnen doorgaan roofbouw te plegen op onze infrastructuur”, en sprak de hoop uit dat hij zich daar sterk voor zou maken.

De Duitse Bondsraad bestaat uit leden van de regeringen van de zestien deelstaten van Duitsland. Via dit orgaan nemen de deelstaten deel aan het wetgevingsproces. De Bondsraad telt 69 leden; iedere deelstaat heeft minimaal drie en maximaal zes stemmen. De heer Weil, oud-burgemeester van Hannover, is Minister-President van de deelstaat Nedersaksen.

Sinds 2000 is het gebruikelijk dat de jaarlijks wisselende Bondsraadpresident een bezoek brengt aan Nederland. De heer Weil werd maandag in Den Haag ook ontvangen door de Koning en door de Minister-president en sprak verder onder meer met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven.

Nieuws uit Europa

Deelname Nederlandse delegatie aan EU conferentie over het GBVB/GVDB een succes

​4 april 2014 - Een delegatie uit de Eerste Kamer en Tweede Kamer heeft op donderdag 3 en vrijdag 4 april deelgenomen aan de interparlementaire conferentie over het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de Europese Unie in Athene. De organisatie van de conferentie was in handen van het parlement van Griekenland, het land dat momenteel het EU-Raadsvoorzitterschap bekleedt.

De delegatie bestond uit de volgende leden:
- Angelien Eijsink (Tweede Kamer, PvdA, delegatieleider)
- Frank van Kappen (Eerste Kamer, VVD, plaatsvervangend delegatieleider)
- Arjan Vliegenthart (Eerste Kamer, SP)
- Ronald Vuijk (Tweede Kamer, VVD)

Algemene Nederlandse inzet gedurende de conferentie
In Athene heeft op verzoek van de Nederlandse delegatie een workshop plaatsgevonden over de verschillende parlementaire procedures voor goedkeuring van en controle op de uitzending van militairen in de context van het GBVB/GVDB. De Nederlandse delegatie heeft dit onderwerp tijdens de vorige GBVB/GVDB conferentie in Vilnius in september 2013 met succes onder de aandacht van de delegaties uit andere nationale parlementen gebracht. De workshop in Athene vormde een vervolg op deze eerdere gedachtewisseling en had tot doel de discussie te verdiepen over de verschillen in parlementaire besluitvormingsprocedures, in het bijzonder waar het gaat om de uitzending van EU Battlegroups. Het streven van de Nederlandse delegatie was erop gericht om zo veel mogelijk belangstelling voor de workshop te genereren en daar een interactieve discussie te stimuleren. Daartoe had de delegatie in aanloop naar de conferentie een kort discussie paper opgesteld en rondgestuurd. Belangrijkste punt van dit paper is dat het huidige concept van de EU Battlegroups, uitzending als rapid response force binnen 5-10 dagen, niet werkt. Delegatieleider mevrouw Eijsink was door het Grieks parlement uitgenodigd tijdens de workshop de hoofdpunten uit het paper toe te lichten.

De workshop is goed bezocht. Het Nederlandse initiatief kon op bijval van veel delegaties rekenen. De Italiaanse delegatie liet weten tijdens de volgende GBVB/GDVB conferentie in Rome op 6-7 november 2014 de discussie over mogelijk oplossingsrichtingen voort te willen zetten. De Nederlandse delegatie heeft hen daarbij haar hulp aangeboden.   

Tweede deelsessie van de PACE

​10 april 2014 - Van maandag 7 tot en met vrijdag 11 april 2014 vond de tweede vergadering van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) plaats. De vergadering stond vooral in het teken van twee debatten. Het eerste over het functioneren van de democratie en de democratische instituties in Oekraïne, het tweede over de credentials (geloofsbrieven) van de delegatie uit de Russische Federatie na de annexatie door dat land van de Krim. De Nederlandse delegatie bestond uit:
- Tiny Kox (Eerste Kamer, SP)
- Hans Franken (Eerste Kamer, CDA)
- Tuur Elzinga (Eerste Kamer, SP)
- Tineke Strik (Eerste Kamer, GroenLinks) 
- Marjolein Faber-van de Klashorst (Eerste Kamer, PVV)
- Pieter Omtzigt (Tweede Kamer, CDA)

Lees hieronder het uitgebreide verslag van de bijeenkomst.

Senator Tiny Kox met fractievoorzitters PACE in Oekraïne

​25 maart 2014 - Senator Tiny Kox (SP) heeft van 22 tot en met 25 maart 2014 met een delegatie fractievoorzitters en de president van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) een bezoek gebracht aan de Oekraïense steden Kiev, Donetsk en Lviv. De delegatie voerde gesprekken met de interim-president, de minister van Binnenlandse Zaken, de nieuwe gouverneurs van Donetsk en Lviv, alle politieke partijen en een groot aantal maatschappelijke organisaties.

Senator Kox, fractievoorzitter van de Group of the United European Left, constateerde tijdens het bezoek een grote vrees voor escalatie en nieuwe Russische interventies. Kox: "Na het afzetten van president Janoekovitsj in februari, is er een politiek vacuüm in het oosten van Oekraïne, waar Janoekovitsj zijn machtsbasis had. Daardoor is er een bepaalde aantrekkingskracht van buurman Rusland, waar de lonen en pensioenen hoger zijn en de regering sterker lijkt." Daarnaast leeft er volgens senator Kox vrees in Oost-Oekraïne voor de richting die de nieuwe regering in Kiev kiest, waarin ook extreemrechts een rol van betekenis vervult. Kox pleitte er voor dat Oekraïne snel alle nodige steun krijgt om binnenlands orde op zaken te stellen, door vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in mei en parlementsverkiezingen in het najaar. Ook moet er snel een nieuwe Grondwet komen, die recht doet aan de wensen van de mensen om meer zeggenschap en decentralisatie van de macht.

Senator Kox betoogde dat de Europese Unie en de Verenigde Staten hun pogingen om Oekraïne in hun economische of militaire invloedssfeer te krijgen moeten heroverwegen. Effectieve samenwerking tussen internationale organisaties kan volgens Kox wellicht openingen maken die er nu nog niet zijn. De Raad van Europa, waarin alle Europese landen, inclusief Oekraïne en Rusland vertegenwoordigd zijn, kan deskundige hulp leveren om het rechtsstelsel te hervormen en democratische verkiezingen mogelijk te maken.

Nieuwe gezichten bij de parlementaire vertegenwoordiging van de Staten-Generaal in Brussel

​1 april 2014 - De parlementaire vertegenwoordiging van de Staten-Generaal is sinds 1 april weer op volle sterkte. Sinds die datum is Suzanne Nollen gestart in Brussel als parlementair vertegenwoordiger van de Staten-Generaal. In deze functie zal zij voor beide Kamers liaison zijn voor de behandeling van de Europese dossiers. Vrijwel alle nationale parlementen hebben een ambtelijke vertegenwoordiging in Brussel. Deze vertegenwoordigers hebben daarmee ook een netwerkfunctie tussen de nationale parlementen en de Europese instituties. Zo faciliteren zij door onderling overleg de gezamenlijke toetsing van Europese voorstellen op het subsidiariteitsprincipe (‘de gele kaart procedure’). De afgelopen jaren werkte Suzanne Nollen in verschillende functies bij Instituut Clingendael; sinds 2012 als plaatsvervangend hoofd van Clingendael Academy. Jos van de Wiel is per 15 februari begonnen als plaatsvervangend parlementair vertegenwoordiger. De afgelopen jaren was hij voor diverse commissies werkzaam als adjunct-griffier in de Tweede Kamer.

Signalering

Nieuwe Europese voorstellen

​17 april 2014 - Voor de Europese werkzaamheden van de Eerste Kamer wordt wekelijks een overzicht samengesteld van recent gepresenteerde Europese voorstellen. U treft hierbij links aan naar de meest recente overzichten, verdeeld naar Directoraat-Generaal én naar de beleidsverantwoordelijke commissie in de Eerste Kamer. Wil de Kamer een voorstel nader bestuderen, dan wordt het in de beleidsverantwoordelijke commissie aan de orde gesteld. Besluit een commissie een Europees voorstel inhoudelijk te behandelen, dan wordt op de Europapoort de Europese website van de Eerste Kamer - een apart dossier aangemaakt.

Heeft u als lezer van deze EUpdate commentaar op een Europees voorstel, maak dan gebruik van het contactformulier op de commissiepagina's van de Europapoort

Colofon

Via deze link kunt u zich vrijblijvend aanmelden als lezer van EUpdate.

Deze nieuwsbrief biedt actuele informatie in het kader van de parlementaire controle van de Eerste Kamer op het Europese beleids- en wetgevingsproces. Tevens geeft deze nieuwsbrief voor belangstellenden inzicht in de wijze waarop de Eerste Kamer haar controlerende taken uitvoert en informatie over de voortgang op actuele beleidsterreinen.

Via elektronische links biedt de nieuwsbrief direct toegang tot openbare documenten en dossiers.

De EUpdate verschijnt driewekelijks.

De nieuwsbrief wordt samengesteld door de ambtelijke staf van de Eerste Kamer met medewerking van de Permanent Vertegenwoordiger van de Staten-Generaal in Brussel.

Aan de informatie in deze nieuwsbrief kunnen geen rechten worden ontleend.
Vragen en suggesties over de inhoud kunt u mailen aan de redactie.